“Geef hem een dosis trombolytica.” Paul ligt dood te gaan op een brancard in een fel verlichte zaal in een ziekenhuis. Om hem heen staan geen naasten met betraande ogen maar onbekenden in witte kleding en met mondkappen op. Zij vechten op dit moment voor zijn leven. Paul heeft hier echter geen weet van. Sinds zijn hartaanval op straat, iets eerder op de dag is hij ver weg. Hij ziet op dat moment de dingen die hij had kunnen doen en spijt gevoelens overspoelen hem. Wat had hij niet nog allemaal van zijn leven kunnen maken?
“We raken hem kwijt!”, schreeuwt een arts. Paul hoort het niet, zijn gedachten zijn bij zij ex vrouw, Madeleine. Paul mist haar, zijn werk slokte zoveel tijd op dat een scheiding onvermijdelijk was. Gelukkig hadden ze geen kinderen. Maar wat had hij graag kinderen met haar gehad, beseft hij nu en hij ziet een toekomst voor zich, één met haar, één met twee kinderen, een zoon en een dochter, één toekomst die er niet meer zal zijn.
“Geef de jus eens door?” Ze zitten met zijn vieren aan tafel. Madeleine geeft zijn dochter de jus door. Hij kijkt liefdevol toe. Zijn zoon zit hard op zijn vlees te smakken. Paul kijkt naar buiten, de zon gaat onder en het licht valt op de tafel. Een tafel gevuld met aardappels, vlees, groente, gewoon een goede nederlandse maaltijd. Madeleine kijkt hem aan, hij ziet haar lachen en hij voelt ineens intens geluk. Even was hij vergeten dat dit een niet bestaande toekomst is. “Ik hou van jullie!”, zegt hij oprecht geëmotioneerd.
Op een gegeven moment valt het hem ineens op dat hij het tafereel nu van een afstand aanschouwd. Hij ziet zichzelf rustig dooreten. Dit maakt hem heel verdrietig en hij probeert Madeleine te roepen. Hij is echter nu alleen een observator, hij kan haar niet bereiken. Hij voelt zich opgesloten en wil weg, weg van wat hij ziet. Opeens staat hij achter het roer van een zeilboot. Het is mooi weer en hij ziet Madeleine vooraan zitten. Ze geniet van de zon. Ze is zwanger ziet hij. Ze hebben nog geen naam bedacht, maar hij weet dat het een meisje zal zijn. Hij geniet van de zon en manouvreerd de boot rustig over het meer.
Het water is heel glad, als een spiegel. Hij kijkt in het water en ziet zichzelf weerspiegeld. Plotseling kijkt hij naar zichzelf vanuit het water. Hij ziet zichzelf rustig verder varen en uit het zicht verdwijnen. Het water is heel koud en zuigt hem mee de diepte in. Het wordt steeds donkerder. Hij is aan het dromen, beseft hij ineens en de droom wordt lucide. Opeens beseft hij dat hij aan het doodgaan is en dat deze droomwerkelijkheid wellicht het laatste is wat hij nog bewust zal meemaken. Hij wil weg, weg uit het zwart en terug naar het eet tafereel. Daar voelde hij zich wel goed.
Hij proeft een aardappel, ja hij herkent de keukenkunst van Madeleine. “Wat heerlijk schat!”, zegt hij en glimlacht. Ze kijkt hem blij aan. Ze lijkt tevreden, iets wat hij jaren lang niet meer bij haar gezien had. Zo wil hij haar graag herinneren, als er iets te herinneren valt. Zo wil hij haar ook graag vergeten. “Wist je dat we gescheiden zijn en dat dit een droom is?”, zegt Paul. Ze knikt en antwoord “ik hou van je”. Plotseling begint ze te huilen en snikt “kom alsjeblieft terug Paul, het is je tijd nog niet. Ik wil je niet uit mijn leven!” Op dat moment doet hij zijn ogen open…
Please give us your valuable comment
You must be logged in to post a comment.